Het dessert sloegen we over. In de taxi legde ze haar hand op mijn knie en fluisterde dat de avond nog maar net begon. De chauffeur keek strak voor zich uit; de stad gleed voorbij in oranje strepen.
Tijdens het diner had ze al laten merken dat ze meer zag dan ik zei. Elke vraag was raak, elke stilte comfortabel. Toen de rekening kwam, schoof ze hem terug naar de ober zonder haar ogen van mij af te houden.
Bij haar voordeur draaide ze zich om. “Je mag nog één ding kiezen,” zei ze. “Koffie, of geen koffie.” Het was de makkelijkste keuze van het jaar.
De volgende ochtend stond er wél koffie. En een briefje met haar schermnaam erop — voor als ik haar nog eens wilde vinden.