Ze kenden elkaars blikken beter dan wie ook. Toen ze mij samen aankeken, wist ik dat ik vanavond niets hoefde te beslissen. Dat deden zij wel — en hoe.
De een schonk in, de ander koos de muziek. Het gesprek liep vanzelf, alsof we elkaar al jaren kenden. Pas later begreep ik dat dát hun talent was: je laten vergeten dat je ooit zenuwachtig bent geweest.
“Huisregels,” zei de een. “Jij hoeft alleen maar eerlijk te zeggen wat je fijn vindt.” De ander lachte: “En wij onthouden het beter dan jijzelf.”
Twee is een feestje, zeiden ze bij het afscheid. Ik kan het sindsdien niet meer oneens zijn.